Belangrijkste wijzigingen in loon- en inkomstenbelasting 2020

09 januari 2020
Belangrijkste wijzigingen loon- en inkomstenbelasting 2020

Door: Redactie PDB

In december heeft de Eerste Kamer ingestemd met ruim 50 belastingmaatregelen voor burgers en bedrijven. Maar, wat zijn de belangrijkste wijzigingen voor de loon- en inkomstenbelasting voor klanten? Over het algemeen gaan Nederlanders meer overhouden van iedere euro die binnenkomt en (meer) werken wordt lonender. De maatregelen zijn onderdeel van het pakket Belastingplan 2020. Een groot deel is per 1 januari 2020 in gegaan, net als een aantal belastingmaatregelen dat al eerder is afgesproken.  Op de website van de Rijksoverheid staat een handig overzicht dat we hier hebben samengevat.

Tarieven box 1 (belastbaar inkomen uit werk en woning)

Vanaf 2020 gelden er voor belastingplichtigen die premieplichtig zijn voor alle volksverzekeringen nog slechts twee gecombineerde tarieven in box 1: een basistarief van 37,35% voor het inkomen tot en met € 68.507 en een toptarief van 49,50% voor het inkomen daarboven. In 2019 golden er nog drie gecombineerde tarieven van 36,65% (tot € 20.384), 38,10% (tussen € 20.384 en € 68.507) en 51,75% (boven € 68.507). De verandering van deze gecombineerde tarieven wordt veroorzaakt door aanpassingen in de belastingtarieven; de premie volksverzekeringen blijft onveranderd.

Voor AOW-gerechtigden geldt tot een inkomen van € 34.712 (of € 35.375 voor mensen geboren voor 1946) een gecombineerd tarief van 19,45%, omdat zij niet premieplichtig zijn voor de Algemene Ouderdomswet (AOW).

Algemene heffingskorting

De algemene heffingskorting (AHK) stijgt in 2020 met € 234 tot € 2711 voor inkomens tot € 20.711. De AHK bouwt af tussen € 20.711 en € 68.507, waardoor inkomens tussen deze grenzen in steeds mindere mate profiteren van de verhoging van de AHK.

AOW-gerechtigden hebben geen recht op de volledige verhoging van het maximumbedrag van de AHK, omdat zij niet premieplichtig zijn voor de AOW. Voor hen stijgt de maximale algemene heffingskorting met € 145.

Arbeidskorting

Vanaf 2020 geldt een nieuw, derde opbouwtraject in de arbeidskorting. De arbeidskorting neemt in 2020 toe met 1,656% van het arbeidsinkomen tussen € 21.430 en € 34.954. Daarnaast geldt een generieke verhoging van de arbeidskorting. Hierdoor stijgt de arbeidskorting voor alle werkenden met een arbeidsinkomen tot € 98.604.

Uitbetaalbaarheid heffingskortingen

Als de minstverdienende partner de AHK, de arbeidskorting of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) niet volledig kan verzilveren tegen de eigen verschuldigde inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen, kunnen deze kortingen gedeeltelijk uitbetaald worden, mits de meestverdienende partner voldoende belasting en premie voor de volksverzekeringen betaalt. De uitbetaalbaarheid van deze drie heffingskortingen daalt met 6 2/3 procentpunt en bedraagt daarmee per 1 januari 2020 nog 20%.

Net als in 2019 geldt voor belastingplichtigen die zijn geboren vóór 1 januari 1963 een afwijkende regeling met betrekking tot de uitbetaalbaarheid van de algemene heffingskorting.

Aanpassing tarief aftrek kosten eigen woning

Per 2020 wordt het maximale tarief waartegen de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning kunnen worden afgetrokken met 3 procentpunt verlaagd ten opzichte van 2019. In 2020 bedraagt het maximale aftrektarief voor de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning daarom 46%. Belastingplichtigen met een inkomen dat – vóór toepassing van bepaalde aftrekposten – meer dan € 68.507 bedraagt, ondervinden hierdoor minder voordeel van deze aftrekpost.

Eigenwoningforfait (EWF)

Voor woningen met een waarde tussen de € 75.000 en € 1.090.000 daalt het eigenwoningforfaitpercentage naar 0,60%. In 2019 was dit percentage nog 0,65% en liep deze schijf tot € 1.080.000. Het eigenwoningforfaitpercentage daalt als gevolg van een beleidsmatige verlaging. Voor iemand die woont in een huis met een WOZ-waarde van € 300.000, daalt het EWF hierdoor van € 1950 (2019) naar € 1800 (2020).

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

Sinds 1 januari 2019 wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (zogenoemde “Hillen-regeling”) beperkt. Deze aftrek wordt in 30 jaar uitgefaseerd door de aftrek jaarlijks met 3 1/3 procentpunt te verlagen. In 2020 kan 93 1/3% van het verschil tussen de voordelen uit eigen woning en de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten in aftrek worden gebracht. Voor iemand die woont in een huis met een WOZ-waarde van € 300.000 en geen aftrekbare kosten heeft, daalt de aftrek hierdoor in 2020 met € 60.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs teruggebracht tot € 5000. Per 1 januari 2020 wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van € 7280 naar € 7030.

Bijtelling 7% voor fiets van de zaak

Ondernemers en werknemers kunnen eenvoudiger een (elektrische) fiets of speed pedelec van de zaak (fiets van de zaak) gebruiken voor privédoeleinden. Er komt net als reeds geldt voor (het privégebruik van) de auto van de zaak een forfaitaire bijtelling voor het privégebruik van de fiets van de zaak. Dit betekent bij de fiets van de zaak dat jaarlijks 7% van de waarde van de fiets bij het inkomen wordt geteld. De waarde van de fiets is de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs (zie: www.bijtellingzakelijkefiets.nl).

Aanpassing werkkostenregeling op vier punten

  1. Er wordt een tweeschijvenstelsel in de berekening van de vrije ruimte geïntroduceerd: de vrije ruimte wordt 1,7% van – kort gezegd – de loonsom tot en met € 400.000 plus 1,2% van de resterende loonsom.
  2. De vergoeding voor de verklaring omtrent gedrag (VOG) wordt gericht vrijgesteld.
  3. De aangiftetermijn voor de eindheffing over 2020 en volgende jaren wordt met één tijdvak verlengd.
  4. Voor de waardebepaling van producten uit eigen bedrijf geldt voortaan in alle gevallen de waarde in het economische verkeer. Daarbij mag worden uitgegaan van de consumentenprijs.

Box 2-tarief omhoog

Met ingang van 2020 wordt het tarief in box 2 met 1,25 procentpunt verhoogd naar 26,25%.

Bijtelling voor elektrische auto van de zaak

Voor ter beschikking gestelde auto’s van de zaak die ook privé mogen worden gebruikt geldt een bijtelling op het inkomen. Deze is sinds 2017 voor nieuwe auto’s 22% van de cataloguswaarde. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot, zoals elektrische auto’s, is in 2019 de bijtelling 4% tot een cataloguswaarde van € 50.000 (de zogenoemde cap). Daarboven geldt het normale percentage. Vanaf 2020 wordt de verlaagde bijtelling voor elektrische auto’s stapsgewijs verhoogd. Vanaf 1 januari 2020 is de bijtelling 8% en geldt deze over een cataloguswaarde tot € 45.000. Het voordeel in de bijtelling voor elektrische auto’s wordt de komende jaren verder afgebouwd.

Ook handig om te hebben is het volledige overzicht van belastingwijzigingen. Succes met het adviseren van klanten!

Geschreven door:
Redactie PDB